Muziek
In capoeira, bepaalt muziek het ritme, de stijl van spelen, en de energie van het spel. De Angola Roda is de meest strikte en traditionele vorm van capoeira en is bij uitstek geschikt voor een kennismaking en bespreking van de muziek. Hoewel we zeker rekening houden met de traditionele muziek., is er geen overzicht van in welke mate en hoe de muziek zich heeft ontwikkeld in de tijd. Want het is mondeling doorgegeven tot het begin - midden van de 20e eeuw, daarna werden pas liederen en ritmes neer geschreven.
In Capoeira speelt het Afrikaanse erfgoed een grote rol, de manier waarop capoeira wordt ervaren door haar beoefenaars en begrepen wordt op een onbewust niveau. Het is een gemeenschappelijk kenmerk van veel Afrikaanse etnische groepen, niet zo als bij vele andere volkeren in de hele wereld, dat muziek niet zozeer een vorm van persoonlijk entertainment is, maar het is een medium om te komen tot samenhang en het vormen van een dynamische groep.
Muziek in capoeira wordt gebruikt voor het maken van een heilige ruimte, via de fysieke handeling van de vorming van een cirkel (de Roda) en ook via een auditieve handeling die de wereld van de geesten / voorouders en de wereld van de levenden verbindt . Deze diepere religieuze betekenis is als een sociaal geheugen voor de meeste capoeira groepen. De heilige Ngoma drums (de atabaques van Yoruba candomble), de berimbau (waarvan er eerder werden gebruikt in rituelen in Afrika en om het spreken met de voorouders), de altijd aanwezige Axé, (die de kracht omvat van het leven voor mens, dier en geest ooit aanwezig in capoeira) worden gebruikt als een bewijs hiervan.
Het inroepen van zowel Afrikaanse en katholieke geestelijke objecten en mensen, een aantal semi-rituele bewegingen gebruikt in Capoeira Angola, zoals de grond aanraken , "spirituele bescherming" vragen , zijn het bewijs van een diepere betekenis van de muziek en het spel.
De instrumenten die worden gebruikt om capoeira muziek te maken (de bateria) zijn:
De pandeiro, de atabaque, de agogô en de reco-reco zijn allen instrumenten ter ondersteuning van de berimbau. Dit heeft verschillende hiërarchisch geïnspireerde gevolgen. Zo moeten alle instrumenten het ritme volgen van de hoofdberimbau. Er mag geïmproviseerd worden, maar er moet altijd teruggevallen worden op het ritme van de berimbau. Wanneer de berimbau van ritme verandert, moeten de andere instrumenten zich aanpassen. Deze belangrijke hiërarchie merken we al wanneer de muziek begint. Het is steeds de hoofdberimbau die begint te spelen waarna eerst de andere berimbaus invallen en daarna pas de andere instrumenten.
"Het ritme van de muziek
is de hartslag van Capoeira
en de zang is de ziel"